Kate Moss, drie vingers en vignettering
Zo zag ik zeer recentelijk ( dank aan E.J.) onderstaande foto van Kate Moss en haar dochter.

Kate Moss supermodel, ze mag best een keer een dagje hier model zijn in Pébru. Deze vrouw is niet super mooi, maar zet haar voor een camera en er gebeuren magische dingen. Fotogeniek heet dat. Met een dergelijk model voor de camera kan er eigenlijk niets meer fout gaan. Foto’s komen dan als vanzelf. Handig om een professioneel model in te huren. Het maakt het fotograferen een stuk makkelijker. Maar Kate gaat iets boven mijn budget uit. En aan de andere kant laat mij deze foto maken en het is vele malen beter. Hoezo beter?
In bovenstaande zitten diverse fouten. Om te beginnen kijk naar beide handen van haar dochter. De achterste hand hand niet zichtbaar mogen zijn. Deze hand komt nu erg raar vanachter de rug vandaan. Je laat zo’n hand wel of niet zien, maar niet een beetje.
Nog een groter probleem is de voorste hand.

De fotograaf heeft al fotograferende niets fout gedaan. Althans dat neem ik aan. Want waarom ga je in de nabewerking ervoor zorgen dat de dochter van Kate Moss geen vijf vingers meer heeft, maar nu opeens nog maar drie? Ja foutjes gebeuren. Dit is geen fout ,maar meer een blunder. Voorkomende uit onnodig fotosjoppen. Sjoppen om het sjoppen. Waarom? Het was toch al goed. Of heeft Kat’s dochter een dikke wrat op haar vingers zitten die niet gezien mocht worden? Haar middelvinger kon ze niet stiekem hebben opgestoken achter mama’s rug want de middelvinger zien we nog. Die wel. Met enige fantasie zou je het ook als grappig kunnen bezien. De dochter is helemaal vergroeid met mama. Onbedoeld grappig, maar ook wel een beetje eng zo. En vooral heel erg fout.
Deze foto is ook een mooi voorbeeld van onnodige vignettering aanbrengen in de foto achteraf. Zie de linkerbovenhoek. Dit is vignettering afkomstig uit fotosjop. Volkomen onnodig als je als fotograaf goed je licht plaatst. Dan krijg je vanzelf al een verloopje in je achtergrond. Je hoeft alleen maar je licht iets anders te plaatsen. Kost een half minuutje tijd of zo. En ook al zou je er 10 minuten overdoen, dan nog... De hoeken worden donkerder gemaakt om de aandacht van kijken meer uit te laten gaan naar de modellen. Volledig mee eens. Echter als je dat van tevoren al weet waarom zet de fotograaf zijn licht dan niet anders neer. Dan krijg je ook alle aandacht op de modellen. Een voorbeeld van niet de techniek van het licht beheersen. Ik heb het eerder al een keer besproken in de column over Stefan Vanfleteren. Eerst alles heel vlak fotograferen en in de nabewerking sfeer alsnog aanbrengen. Het is de omgekeerde wereld.
Bovenstaande foto schijnt op de cover van de Vogue te hebben gestaan in 2011.
Ansel Adams, in alles het maximum
Het beroemdst is hij geworden( naast zijn foto’s) door het door hem ontwikkelde zone systeem wat gebruikt kon worden met zwart wit fotografie. Van licht tot donker werd een foto ingedeeld door Adams ingedeeld in tien verschillende zones. Door consequent werken zou de uiteindelijk afgedrukte foto maximale contrasten en kwaliteit moeten tonen. Veel hing ook af van het aanpassen van de ontwikkeltijden van films in de donkere kamer. Revolutionair voor die tijd en inmiddels door de komst van digitale fotografie totaal achterhaald.

Ansel Adams 1942 Yoshemite valley
Bovenstaande foto geeft een eerste en goede indruk waar Ansel Adams zo goed is was. Alles is doortekend. Het is dat dit internet is en de afbeelding niet groot genoeg weergegeven kan worden, maar anders zou je dat zelf ook kunnen zien. Ook de ogenschijnlijke zwarte bergen laten in het echt een onwaarschijnlijke doortekening zien. En bedenk dat dit gefotografeerd is in 1942. De tijd dat zwart/wit films nog echt niet zo goed waren. Waarom kreeg Ansel Adams dit wel voor elkaar en anderen niet?
Omdat hij tot aan de grens van de mogelijkheden ging en als dat niet genoeg was dan verzon hij zelf wel iets waardoor de grens een stukje opschoof. Eén deel van de perfectie kwam door het zone systeem, deel twee van zijn onnavolgbare techniek is minder bekend. Adams drukte zijn foto’s af in een door hem zelf ontwikkelde vergroter. In deze vergroter zaten 100 kleine lampjes. Die kon hij middels een controle paneel met 100 draaiknoppen naast zijn vergroter allen harder of zachter laten branden. Ieder lampje was afzonderlijk instelbaar. Kijk naar de bovenstaande foto en je snap meteen hoe Adams met relatief slechte films toch bovenstaande foto’s kon maken. In de lucht een beetje zachter laten branden, in de berg een beetje harde laten branden enzovoorts. Bovenstaande foto was opgedeeld in 100 segmenten. En ieder segment kon aangepast worden. Onnodig om te zeggen dat Adams zijn tijd ver vooruit was op zoek naar de technische perfectie. En wat een werk zal het geweest zijn. Maar ja, als je voor perfectie gaat dan kost het tijd.
De perfectie die zich laat omschrijven als alles doortekend. Hoge lichten, donkere partijen, ze zijn doortekend. En vaak was ook alles scherp. Ansel Adams had een vriendenclubje die tezamen het F/64 fotoclubje vormden. Het kleinste diafragma wat men toen op de objectieven aanwezig was. Met als doel, alles scherp fotograferen. Dus deze twee tezamen zijn de foto’s van Adams makkelijk te omschrijven. Alles scherp en alles doortekend. Het is een manier. Je houdt ervan of niet. Ik wel.

Wanneer wij nu een foto van een boom zouden moeten maken, worden we helemaal krankjorum van het hoge contrast wat er in de bovenstaande foto van de boom aanwezig is. Ansel Adams lostte het echter keurig op door precies en nauwkeurig te werken. Met zijn zone systeem en later in de doka met zijn zeer special vergroter. de foto laat keihard licht zien. En kijk eens goed hoe de lichte partijen inclusief wolken gewoon doortekend zijn. Wij zouden met onze digitale camera’s hele grote zwarte partijen in onze foto krijgen. Niet te doen om zo’n foto te maken. De enige camera die een beetje in de buurt kan komen is de Nikon D-7000. Die kan met behulp van Active D lighting en contrast verlaging dit aardig benaderen. Maar vergeet niet, we zijn inmiddels wel meer dan 60 jaar verder. En er is maar één camera die dit een beetje zou kunnen.

Meer van hetzelfde, maar het blijft fantastisch om naar te kijken. Het is niet het toppunt van creativiteit, daar zijn andere fotografen beter in geweest, maar technisch gezien is dit ongeëvenaard fotowerk. Ik blijf zeggen dat je de foto’s heel groot moet zien om te beseffen hoe goed het is. De foto’s komen hier helaas niet ten volle tot hun recht.
Of je ervan houdt of niet, je moet deze fotograaf kennen. Technisch gezien is niemand beter dan Adams. Nog steeds niet. En daarom reken ik hem tot een van de grootste fotografen. Heel specifiek, maar toch.
Lesje fotografie geschiedenis
Daguerre was de uitvinder van het fotograferen op platen. Gebruik makende van ongezonde hulpmiddelen als kwikdampen, maar het werkte wel.

Dit is naar men aanneemt zijn eerste foto. Is natuurlijk niet helemaal waar, want om op dit punt te komen heeft Daguerre uiteraard veel moeten experimenteren. Maar voor 1838 is dit helemaal geen verkeerde foto. Kijk eens wat een detaillering er al in zit. En ook Daguerre was al bezig met: „ als ik een foto maak, dan wel graag met mooi licht”. Ik vind het een spectaculair goede foto gezien het tijdsbeeld.
Ruim daarvoor was Joseph Niepce ( ook al een Fransman) bezig met het ontwikkelen van fotografie, leuke woordspeling. In 1816 maakt hij al foto’s maar die gingen verloren naderhand omdat het vastgelegde beeld niet gefixeerd kon worden. De belichting ging dus verder nadat de opname al gestopt was. En als hij maar lang genoeg wachtte was het gemaakt beeld uiteindelijk helemaal verloren.
In 1826 maakte hij een foto op een plaat bedekt met asfalt! Asfalt? Ja, asfalt ( bitumen). Dit was de doorbraak. Nog niet qua scherpte en detaillering, maar deze foto kon wel worden gefixeerd en daardoor kunnen we er nu nog naar kijken.

De bovenstaande foto is de eerste echte foto. Hij is bewaard gebleven doordat de bitumen gefixeerd konden worden. En ik denk dat dit toch wel de essentie van fotografie is. Beelden maken die je ook later kunt laten zien of terugkijken. Technisch minder goed dan de foto van Daguerre, maar er zit wel 10 jaar ontwikkeling tussen. Kijk eens wat er gebeurd is in 10 jaar digitale fotografie. Het is bijna met elkaar te vergelijken.
23 jaar later was het de Schotse natuurkundige Maxwell die het voor elkaar kreeg om de eerste kleurenfoto te maken. In 1861.

Maxwell belichtte zijn foto’s ook op platen, film bestond nog niet en zou ook nog een tijdje op zich laten wachten. Hij toonde aan, voor het eerst, dat je met de kleuren rood groen en blauw in principe alle kleuren kunt weergeven. Maxwell was dus de uitvinder van de primaire kleurentheorie (RGB).
Maxwell maakt van bovenstaande foto ( een schotse ruit in een rok) drie opnamen. Iedere opname met een ander filter voor de lens (R-G-B). Nadat de stoffen ontwikkeld waren ging hij ze projecteren. Afdrukken zat er nog niet in, projecteren wel. Hij legde de drie opnamen over elkaar heen en en projecteerde de afbeeldingen met behulp van Rood, Groen en Blauw licht. Het resultaat was de eerste kleurenprojectie. Een giga uitvinding waar wij nu nog steeds gebruik van maken. Knap he?
The Bang bang club

De foto waarmee Kevin Carter de Pulitzer prijs won.
Wanneer je wil weten hoe oorlogs- persfotografen werken, dan moet je The Bang bang club gaan kijken. Voor als je het andere verhaal wilt zien dat zich ook afspeelde in Zuid Afrika. Het andere verhaal dan dat van Nelson Mandela. Daarmee is het verhaal namelijk verre van compleet. Als je ook maar iets van politiek en sociaal geïnteresseerd bent. De bijna burgeroorlog wordt in beeld gebracht. Het barbaarse en onmenselijke geweld en haat tussen zwarten onderling waar zelfs vele Zuid Afrikanen inde jaren 90 geen weet van hadden wordt in beeld gebracht.
Het is een harde en confronterende film. De fotografie in de film klopt helemaal, ik heb geen fouten kunnen ontdekken. Bewonderenswaardig hoeveel aandacht hieraan is besteed. De fotografen zijn geen doetjes of lieverdjes. Ze zijn hard soms zelfs onsympathiek, maar ze strijden ergens voor en willen laten zien wat er werkelijk in Zuid Afrika afspeelt. En soms zijn het ook gewone en echte mensen. De vier zijn ook af en toe bijna gek, roekeloos en levensmoe. Als je deze film kijkt snap je waarom. Dagelijks zoveel moorden en bloed zien maakt je als mens afgestompt, hol, leeg en misschien wel gek. Soms zijn de foto’s zo hard dat de krantenredactie besluit de foto’s niet te plaatsen. Onderstaande foto van Greg Marinovich kon niet geplaatst worden in de Zuid Afrikaanse The Star. Wel in het buitenland. Het is een voorbeeld van een te confronterende foto. Later won Marinovich via een buitenlandse agentschap die die foto wel durfde te plaatsen er de Pulitzer prijs mee.

De foto waarmee Greg Marinovich de Pulitzer prijs won
Ik heb zelf oorlogsfotografen (Kosovo en andere gebieden) gesproken en gevraagd waar een nieuw te bouwen Nikon digitale spiegelreflex aan moest voldoen. Diepe en moeilijke gesprekken. Met hele andere wensen voor een nieuw te bouwen camera dan voor jou en voor mij. Tijdens ieder gesprek keek ik in diepe, wazige en holle ogen. Hun persoonlijkheden waren raar en vreemd. Ze hadden teveel gezien. Meer dan een mens hebben kan om nog normaal te kunnen functioneren. Na het zien van deze film begrijp ik eindelijk waarom. Na al die jaren is voor mij de vraag beantwoord. Terwijl ik toch ook de foto’s heb gezien die rechtstreeks binnen kwamen op redacties als AP, Times, AFP en nog een hele lijst met redacties. Foto’s die nooit zullen worden geplaatst omdat ze te schokkend zijn. Ik had dus al een vermoeden kunnen hebben, en toch snap ik nu pas waarom de mannen (fotografen) zo waren zoals ze waren.
Kijk deze film. Zie een ander soort fotografie en zie waarom je dit niet zou willen en het leuker is om mooie foto’s te maken. Onze vorm van fotografie is ook een stuk gezonder en valt langer vol te houden. Leer een stuk geschiedenis van Zuid Afrika, die niet echt goed beschreven is. Het is te danken aan twee van de deze fotografen dat er wat meer bekend is geworden. Paolo en Marinovich hebben er een boek over geschreven. Op mij heeft het een diep indruk gemaakt. Fotografisch, het verhaal, de politiek en hoe mensen elkaar kunnen haten.
P.S.: Ik ben hartstikke tegen geweld en oorlogen. Ik vind het erg dom, maar toch moet je dit zien.
Fotografen kijken: Henri Cartier Bresson
De meester van “het moment”. Henri Cartier-Bresson leefde van 1908 tot 2004. Deze unieke fotograaf had het onwaarschijnlijke talent om op het juiste moment af te drukken. Dit is de makkelijkste manier om zijn fotografie te beschrijven als je geen foto’s van hem bij de hand zou hebben. Als je zijn foto’s ziet dan denk je “ oh ja, die ken ik”. Je tweede gedachte zou kunnen zijn, dat het bijna niet mogelijk is om zo vaak precies het moment te fotograferen. Henri Cartier Bresson kon het wel.
Fotograferen had hij zichzelf aangeleerd na een heftig ziekbed. Daarna moest hij zich rustig houden en al lopende door de straten van de plaats waar hij beter en sterker moest worden kon hij zich rustig ontwikkelen. Op zoek naar foto’s en misschien al “het moment”.
Om zijn foto’s te begrijpen moet je ze zien. Wat is dat dan het moment? Het is het beste uit te leggen aan de hand van zijn foto’s. Ik begin met misschien wel zijn bekendste foto.
Een man die via een ladder in een zeer grote plas met water springt. Er is zoveel water dat er geen ontkomen aan is om niet nat te worden. De foto spreekt voor zichzelf. HCB ( Henri Cartier-Bresson) sprak zelf vaak over het beslissende ogenblik. Soms gebeurde het spontaan en andere keren moest hij er lang op wachten. Alles moest kloppen. De mensen in beeld, de achtergrond, de kadering van de foto en de compositie. Onderstaand een wereldberoemde foto.

HCB is ooit begonnen met een schilders opleiding. Dat is goed te zien in de onderstaande foto. Het kan zo een tafereel van de schilder Cezanne zijn qua beeldopbouw en compositie. Cezanne was een schilder die in die tijd al foto’s maakte van onderwerpen om ze in het atelier vervolgens te schilderen. HCB draaide het om. Hij heeft foto’s gemaakt die sterk aan schilderijen doen denken. Dit allemaal geschoten met zijn vaste 50 mm objectief en Leica camera. Voor zover ik weet was de 50mm het enige objectief wat hij gebruikte.
HCB heeft tijdens de tweede wereld oorlog ook vast gezeten in Duitse kampen. Na de oorlog kon hij weer actief verder gaan met zijn fotografie na enige jaren in het verzet te hebben gezeten. Na de grote euforie van de bevrijding worden al snel de mensen opgepakt die met de Duitsers hebben samen gewerkt, verraders en informanten.
Onderstaande foto hoeft niet uitgelegd te worden. De foto is overduidelijk. Het moment van spijt aan de ene kant en haat en afgrijzen aan de andere kant. Een opvallende foto die zoveel verschillende emoties laat zien. Het moment had HCB wederom feilloos vastgelegd.

Het unieke aan HCB was wel dat hij tijdens veel belangrijke gebeurtenissen aanwezig was. Grandi, Maoïstische revolutie in China, naoorlogs Rusland, HCB was erbij. Bijna logisch dat je dan unieke foto’s maakt. In 1946 was hij mede oprichter van het fotobureau Magnum. Dat op tot op de dag van vandaag bestaat. Het geheim achter het werk van HCB laat zich het best verklaren door aanwezig te zijn bij belangrijke gebeurtenissen in de wereld geschiedenis. Op zich zijn de foto’s helemaal niet zo spectaculair, maar wel allemaal precies op het juiste moment gemaakt.
Onderstaande foto zegt gek genoeg helemaal niets. De foto is gemaakt in het Rome van 1959. In die tijd was er in het macho Italië zeker geen ruimte om homofiele mannen te fotograferen of te zijn openlijk. Het is iets waaraan je zou kunnen denken bij het zien van deze foto. Hebben de mannen gewoon lol en zijn ze voor de gein bij elkaar op schoot gaan zitten? Het is niet duidelijk. Kortom deze foto zegt mij niet zoveel. Het is een mooie foto, zeer verantwoorde en sterke compositie maar wat wilde HCB met deze foto vertellen? Geen idee. Niet echt typerend voor zijn oeuvre.

Om het verhaal completer te maken wil ik ook nog een Aziatische foto laten zien. HCB heeft de hele wereld over gereisd en tot nu toe heb ik alleen foto’s gemaakt in Europa laten zien. Daarmee is een kleine beschrijving over HCB niet compleet.
De onderstaande foto is gemaakt in China van vluchtende mensen. De oorlog is nog niet afgelopen, het leger is in aantocht en de mensen ontvluchten massaal de stad. Duidelijker en beter kun je het haast niet in beeld brengen.

Kortom Henri Cartier Bresson was een bijzonder fotograaf in de 20ste eeuw. Een van de belangrijkere fotografen in ieder geval. Hij richtte zich op kleine zaken en emoties. En is daarmee een voorbeeld hoe simpel een interessante foto kan zijn. Wederom een fotograaf die streefde naar simpelheid. Het kan haast geen toeval zijn.
Fotografen kijken: Robert Mapplethorpe
Bekend en berucht om zijn fotografie van naakte mannen. Ja Robert was gay, maar om te stellen dat hij vooral bekend was om zijn naakten van mannen is te kort door de bocht.
Robert Mapplethorpe was een goed fotograaf. Exceptioneel goed? Nee dat niet. Wat hij deed, deed hij goed en netjes. Mooi licht meestal, goede belichtingen en soms verassend sterke fotografie. Overall, begin ik alvast met de conclusie, Robert Mapplethorpe was een goede en doordachte fotograaf. Een fotograaf die vooral zijn interesses fotografeerde. Met veel gevoel voor vorm en vooral ronde vormen. De kracht van zijn fotografie zit in de eenvoud. Hij maakte zijn foto’s niet moeilijker dan dat nodig was. En daarmee heeft hij veel boeiende fotografie achter gelaten. In 1989 is hij immer al overleden aan aids op 42 jarige leeftijd.
Robert Mappletthorpe was een man die zijn interesses volgde. Ik bedoel, wie kan het bedenken dat je op een gegeven moment toen zijn naam als zeer goede fotograaf al lang gevestigd was ook nog foto’s maakte van bloemen. Bloemen en naakte mensen, het lijkt een tegenstrijdigheid, het is het niet. Beiden zijn puur en naakt. En misschien was dit wel het verband wat Robert Mapplethorpe erin zag. Hij fotografeerde overigens in de tijd dat alles nog analoog werd gefotografeerd, op film. Mapplethorpe werkte veel met Hasselblad. Vandaar vaak zijn vierkante foto’s.
Zijn homoseksuele geaardheid en de interesse om dit vaak toch wel erotisch vast te leggen leverde vaak conflicten op de puriteinse Amerikaanse samenleving. Vooral zijn BDSM foto’s zorgde voor veel opschudding. Dit heeft zeker ook met de tijdgeest van de jaren 80 te maken, maar is het nu veel beter en makkelijker voor homoseksuelen? Hoe dan ook, homoseksuele mensen fotograferen en dan ook nog in combinatie met bondage en SM ging voor velen een paar stappen te ver. Door zijn fotografie heeft hij zelfs voor rechtbanken moeten verschijnen. Om zich te verdedigen voor wat hij fotografeerde. Naakte mensen, naakte mannen, en nog erger, ook nog eens naakte zwarte mannen. Mapplethorpe beriep zich op freedom of speech, maar volgens zijn tegenstanders was dit in strijd met het eerste amendement van de Amerikaans grondwet. Nog steeds zijn er in Amerika heftige discussies over dit onderwerp. En waar eigenlijk niet?
Of je zijn foto’s mooi of niet mooi vindt? Mapplethorpe heeft er wel voor gezorgd dat vrijheid van meningsuiting in combinatie met fotografie een onderwerp van discussie is. Tot op de dag van vandaag.

Zoals zoveel fotografen heeft hij ook veel van zijn bekendheid te danken aan het fotograferen van beroemde sterren. Ook Mapplethopre’s lijst is redelijk indrukwekkend. Andy Warhol, Richard Geer, Grace Jones, Patti Smith en nog veel meer bekende namen. Op zich is het altijd wel redelijk makkelijk scoren met bekende namen, maar daar staat tegenover dat Mapplethorpe ook prachtige foto’s heeft gemaakt van onbekende mensen. Dat is in mijn ogen toch vaak net even iets lastiger.
Niet geheel onbekend, maar bij de meeste mensen wel is de foto van Lisa Lyon. Een vrouwelijke body buildster. Ook hiermee zocht Mapplethorpe naar de grenzen. Body builden was toen en nog steeds, niet erg populair. En zeker als vrouwelijke body builder heb je een lastig leven. Sociaal maatschappelijk niet erg aanvaard. Louis Theroux van de BBC heeft daarover enkele jaren geleden een mooie en indringende documentaire gemaakt. Maar dit terzijde.
De onderstaande foto is naar mijn mening één van de bekendste foto’s van Mapplethorpe. Krachtig, dynamisch, mooi licht, vrouwelijk en stoer tegelijk. Erg mooi werk. Met Lisa Lyon heeft Mapplethorpe een heel boek aan heel mooi fotowerk bij elkaar geschoten. En ik denk ook wel een lans willen breken voor de acceptatie van vrouwelijke body buildsters.

De liefde voor het vastleggen mannen en vrouwen is hiermee wel een beetje besproken. Er is nog veel meer werk te zien, heel veel meer, maar het is niet mijn doel om een overzicht van al zijn werk te laten zien. Wel om belangrijke fotografen nog eens een keer voor het voetlicht te laten verschijnen.
Wanneer je de bloemenfoto’s van Mapplethorpe gaat bestuderen zie je dat Mapplethorpe gewoon geïnteresseerd was in mooie vormen. Gek op mooie ronde lijnen, die zie je veel terug in al zijn werk. Mensen, bloemen en stillevens. Ik denk dat het Mapplethorpe om het even was. Al hoewel het mij wel opvalt dat het meeste van zijn bloemenwerk is gemaakt in zijn laatste twee levensjaren, 1987 en 1988. Waarschijnlijk omdat mensen portretteren inmiddels te vermoeiend was geworden.
De keuze van foto’s die ik hier laat zien is natuurlijk mijn keuze. Maar als je de verschillende foto’s vergelijkt zie je veel overeenkomsten. Ook bij deze bloemenfoto zie je prachtige rondingen en mooi licht.

Als laatste dan nog een prachtig portret van Prinses Gloria von Turn und Taxis. Prachtige foto met heel erg zacht licht. Licht wat gewoon recht van voren komt. In principe niet het mooiste licht daar je alles vlak maakt, maar oh wat is dit licht mooi bij deze vrouw. Prachtig. Persoonlijk had ik het licht iets hoger gezet, maar zeer waarschijnlijk heeft Mapplethorpe het licht iets lager gezet om ook de allerlaatste rimpeltjes te laten verdwijnen. Ik denk dat iedere vrouw graag zo’n portret van zichzelf wil zien. En let op! Hoe basic dit hele gave portret is gemaakt. Zo simpel kan fotografie zijn.
Eén lamp, één model en een zwarte achtergrond.

Hierbij dus nogmaals de les voor mijn cursisten, maar ook voor een ieder die dit wil lezen. Voor de cursisten die al cursus bij mij gevolgd hebben en portret fotografie gaaf vinden om te doen zeg ik wederom, hou het simpel. Verval niet te snel in attributen erbij pakken als mobieltjes, handelingen en dergelijke. Probeer de mens te laten zien, de echte mens en het liefst zo mooi mogelijk. Dat is al een kunst op zich. Beter dan onderstaande portret foto zal het niet worden. Prachtig door zijn eenvoud. Dat is waar de grote fotografen zich vaak in onderscheiden. Zo ook Robert Mapplethorpe.
Foam, Control-Alt-Delete
Mijn enige vraag tijdens de rondgang was : „kan het nog slechter?” Ik verwacht dat als ik naar een foto expositie ga, foto’s te zien. Lijkt me toch vrij logisch. Nou die hingen er. Een paar achter de entree. Oude bruine foto’s, collages van plaatjes uit tijdschriften gescheurd, vervolgens een foto van gemaakt en daarna op duur fotopapier afgedrukt. Vervolgens plak je er een bordje onder wie met informatie wie dit bedacht en gemaakt heeft en dat het werk is aangekocht door een bepaald fonds. Zonde van het geld. Ga er hongerige kinderen in Afrika mee voeden, maar ga niet van dat geld dit soort huis-tuin- en keuken plakwerk je geld aan vergooien. Of red de panter die bedreigd wordt, maar doe iets zinnigs met geld en niet dit. Het kostte mij moeite om meer dan twee minuten in zaal te blijven.
Zaal 2 interessanter? Er zijn wereldwijd 4 curatoren bij elkaar gehaald om hun visie te geven op de toekomst van fotografie. De toekomst omdat die door de toekomst van digitale fotografie een beetje op losse schroeven is komen te staan. What’s next?Het is op zich een interessante vraag.
Curator 2 liet in zaal 2 een twintig tal kriskras door elkaar opgehangen monitoren zien. Met daarop wisselende beelden. Teveel beelden om ze allemaal te bekijken. En ik wilde ze niet allemaal bekijken omdat ik slechts een enkele keer een interessante foto voorbij zag komen. En het was er warm en benauwd. En foto’s presenteren op monitoren in een donkere ruimte is niet echt prettig om lang naar te kijken.
Zaal 3 was van dezelfde curator volgens mij, maar nu werden de foto’s op televisies gepresenteerd. En verder was er eigenlijk geen verschil met zaal 2. Het was nog iets onrustiger om naar te kijken dus had ik nog sneller de drang om snel naar de volgende zaal te gaan. Er zou toch nog wel iets leuks te zien zijn? Monitoren en TV schermen die foto’s vertonen en dan liefkozend mother en rise sculpture worden genoemd. Fikker op, ik ben geen debiel. Het zijn gewoon twee stapels met beeldbuizen, niets meer en niets minder. Met vooral shit fotografie.
Door verkeerd te lopen kwam ik op de zolder terecht. Waar foto’s stonden die vriendin Inge recentelijk ook had gemaakt in Andalusia, maar dan slechter. Slechte belichtingen, beelden waarvan je denkt, waarom heeft de fotograaf in hemelsnaam hier een foto van gemaakt en waarom heb je zo ook nog eens een keer geprint? Moest dat nou echt? En de presentatie was zo mogelijk nog slechter. De foto’s stonden in de achterkant van papierdozen, willekeurig opgesteld en totaal geen aandacht aan presentatie en verkoop geschonken. De groenteman om de hoek besteed meer aandacht aan zijn presentatie. De prijzen van het te verkopen werk waren echter weer wel indrukwekkend. Dus ja Inge, je bent echt zonder oefenen nu al veel beter. Moet je nagaan als je wel zou gaan oefenen? Kun je zo je baantje bij de grootste tompoucen fabriek van Nederland
opgeven.
Foto’s worden verkocht voor 1000 euro of meer. En dat zijn dan foto’s die iedere basis cursist na een week cursus bij mij ook kan maken. En in een aantal gevallen nog beter ook. Kijk zelf maar op de verkoop pagina van Foam. Het is gewoon lachwekkend. Let vooral op de foto van Marnix Goossen en Black hole. 1125 euro voor een foto van twee planten in een stadstuin!!! Ze zijn echt helemaal gek geworden.
Dan nog maar een voorbeeld. Even een screenshot gemaakt om problemen met copyright te voorkomen. Maar het is zeker geen aanbeveling dus ik verwacht geen problemen. De vermaarde huppeldepup fotograaf (zijn naam doet er niet eens toe) die foto’s maakt vanaf zijn televisie. Je kunt hier eigenaar van worden voor slechts 1100 euro per foto. Foto’s gemaakt van een televisie! Onscherp, het beeldscherm is duidelijk zichtbaar, de beelden zijn niet interessant. Ik word echt gek. Is er iemand zo gek om te betalen voor deze rotzooi? En hoe kom je aan zo’n prijs. Er mag best veel betaald worden voor foto’s, graag zelfs, maar maak dan ook iets moois. Als ik mijn kinderen vraag om 1 uur op de vrije woensdag middag tijdens het televisie kijken te fotograferen wat ze kijken, plak ik daarna mijn eigen naam eronder. Per uur met 2 camera’s schieten ze echt wel 60 goede foto’s bij elkaar. 60 x 1100 euro, mwaah niet slecht. En ik ben uiteraard veel beter dan die huppeldepup fotograaf, dus ik vraag 2000 euro per foto. 60 x 2000 euro, kassa. Nee, dit is geen kinder arbeid. Want mijn kids fotograferen met plezier. En zeker niet slechter dan deze meneer huppeldepup. En één uurtje in het jaar mogen ze toch wel eens wat terug doen voor papa?

Vervolgens zijn we snel naar beneden gelopen. Het liedje van Frans Halsema en Jenny Arien galmde al door mijn hoofd, vluchten kan niet meer, ik zou niet weten hoe... Ik zou niet weten waar naar toe? En zo kwamen we aan bij het hoogtepunt van de tentoonstelling.

In zaal 4 lagen namelijk tig duizend foto’s op de grond gegooid. Loop erover heen, doorheen, maakt niet uit wat, maar moet dit dan de toekomstige presentatie van fotografie moet gaan verbeelden? Hoe dronken of high als een papegaai moet je zijn om hier als foto museum aan mee te werken. Je huurt een curator in en die komt met het geniale plan om tig duizend foto’s op de grond te gooien. De directie gooit van enthousiasme de haren los en schreeuwen:” ja, maak ons gek! Fantastisch. Geniaal, dat is net was we nog nodig hebben om onze What’s next tentoonstelling compleet te maken.
Gelukkig zal Foam nooit verantwoordelijk zal zijn voor de toekomst van fotografie. Je moet er niet aan denken. Ze hebben geen visie, wordt ze overigens wel vaker verweten. Het hangt van blabla verhalen aan elkaar zonder inhoud. Ik heb honderd duizenden foto’s gezien, maar niet één was de moeite waard. Correctie, één foto in zaal 1 was best wel goed, sorry voor het overdrijven. 8 euro armer maar een ervaring rijker verlaat ik het Foam pand. Blij naar buiten te kunnen gaan met slechts een gedachte: Foam: Control-Alt-Delete
P.S. De koffie was er lekker.
Fotografen kijken Jean Marie Périer
Vaker wil ik bijzonder fotografen en hun werk bespreken. Ter inspiratie en ken uw klassieken. Ik kan dan direct de grote namen kiezen, maar dat doe ik in eerste instantie niet. Ik kies na Stefan Vanfleteren nu voor een Franse fotograaf. Ooit heb ik een keer een boek van hem gekocht in de uitverkoop bakken van de Aldi, erger kan het haast niet, maar het zegt niets over de kwaliteit van de man zijn werk. Dat is zeker geen Aldi fotografie.
Perier is gespecialiseerd in het fotografen van portretten van de grote sterren. Franse en internationaal bekende sterren. Hier maak ik wel gelijk een kanttekening. Het fotograferen van sterren is veel makkelijker dan het fotograferen van Truus van de Berg uit Zwolle. Sterren hebben namelijk altijd iets speciaals. Knap of lelijk, maar ze hebben iets…
Verkijk je daar dus niet op, want het is makkelijker.
Perier heeft echter wel de techniek goed in de vingers. Zijn verstand van wat mooi licht is, is ook overduidelijk terug te vinden in zijn foto’s. En hij is niet bang om te experimenteren. Hij is niet iemand als een Anton Corbin of de eerder genoemde Vanfleteren die jarenlang, soms decennia lang hetzelfde stijltje blijven hanteren.
Perier begint in 1956 zijn loopbaan als assistent van fotograaf Daniel Filipacchi en werkt voor bladen als Marie-Claire en Paris Match. Niet dat hij in die jaren zelf de foto’s mocht maken, maar hij kon bij Filipacchi wel mooi het vak afkijken. Assistenten worden nog wel eens als manusje van alles gebruikt, en op zich is dat ook goed, maar van met een tandenborstel de studiovloer schoonmaken wordt niemand beter. En zo te zien heeft hij Perier een goede eerste leermeester gehad.
Door zijn werk voor Marie Claire en nog belangrijker de Paris Mtach komt hij veel met bekende sterren in aanraking. En zo kan hij dus heel makkelijk foto’s maken van The Rolling Stones, The Beatles, Bob Dylan en nog een A-4 vol met overbekende sterren. Mits je maar goede foto’s maakt. En dat deed Perier. En dus wilden de allergrootste sterrren der aarde destijds, maar al te graag nog een keer voor Perier poseren. Wetende dat het altijd wel mooie foto’s opleverde. En mede door zijn foto’s werden de sterren nog groter dan dat ze al waren.
In 1974 is hij de fotografie zat en laat het vak voor wat het is om de film business in te gaan. Hij maakt enkele films, ik ken ze niet, maar voor zover ik kan beoordelen zijn het niet echt grote successen geworden.
Ondertussen maakt hij ook commercials (TV) voor merken als Canada dry (frisdrank) en waarschuwende clips om te waarschuwen tegen gebruik van drugs.
Het is uiteindelijk zijn zus die hem er weer toe doet bewegen in 1990 om terug te gaan in de fotografie. Er zit dus een enorm gat in zijn portfolio qua jaren die niet fotografisch ingevuld zijn. Deze ouwe vos heeft echter nooit zijn fotografische streken verleerd en keert ijzersterk terug. Perier gaat weer fotograferen voor het blad Elle van zijn zus en later wederom voor de Paris Match en Le Figaro.
De sterren van toen zijn inmiddels ingewisseld voor de sterren van nu. Carla Bruni, Mylene Farmer, Jean Paul Gaultier, Karl Lagerfeld en vele vele anderen. In het jaar 2000 maakt hij een overzicht boek van zijn werk genaamd Flash. Het boek wat ik gekocht heb uit de bakken van de Aldi. Voor 5,95, meer dan honderd pagina’s bijna A-3 grote foto’s. Ja, de Aldi is echt goedkoper.
Zijn foto’s
Een foto van Francois Hardy uit 1967. Périer heeft in totaal meer dan 50 jaar gefotografeerd. Daardoor heeft zijn werk ook een soort historische waarde. Tijdsbeelden zijn erg duidelijk. Bovenstaande foto is een typsiche jaren 60 foto. Mooi licht en een prachtige belichting. Bedenk ook dat de films in de jaren 60 waarop werd geschoten echt nog niet zo goed waren. Prachtige foto dus. Ook de glimmers (hoge lichten) zijn prefect onder controle.

Bob Dylan, stoer en ruig in zijn jonge jaren. Iconisch foto die alles in één keer weergeeft wie en wat Bob Dylan was. Ook in deze foto zie je weer prachtig licht en een perfecte belichting.

Dat ook Périer fouten maakte bewijst deze foto. Het is een foto uit een serie. Jean Paul Gaultier is de geportretteerde en speelt hier de Paus. Ook er is een foto als Michale Jackson en nog enkele belangrijke en invloedrijke mensen. Het licht staat hoer compleet fout. Het staat vol op de lange kant. Kan niet. Het had dus mooier kunnen zijn. Echt wel. Périer heeft weinig fouten gemaakt. Maar dit is er één van. Gemiste kans.

En dan weer een prachtig portert van een prachtige acteur, John Malkovich. De scan uit het boek is niet helemaal geweldig, en niet compleet. Maar wat een mooie plaat en een mooi licht. Zonder dat Malkovich in de lens kijkt is het toch echt maar één iemand die het kan zijn. De karakter acteur John Malkovich. Mooi licht is overal te vinden bewijst Périer met deze foto. Buiten opname zonder enige hulp middelen. Knap werk.

Een foto van Carla Bruni nog voordat ze de vrouw werd van de Franse President Sarkozy. Prachtige delicate plaat. Buiten lekker niets laten zien want wat er buiten is doet er niet toe en leidt alleen maar af. Mooie foto van een dromerige vrouw. Of ze dat is betwijfel ik, maar hier wordt in ieder geval mooi de illusie geschapen.
En zo ben ik aan het einde van het kijken naar fotograaf Jean Marie Périer. Of het een sterke blog is weet ik niet. Ik probeer in ieder geval jullie die dit lezen inspiratie te geven. Misschien levert het goede ideeën op. En sowieso kan het geen kwaad om je klassieken qua fotografie een beetje te leren kennen. Of Jean Marie Périer onderdeel maakt van de gescheidenis van de fotografie? Ik vind van wel. Omdat hij heel erg goed kan fotograferen, soms origineel is in zijn benadering en setting van foto’s en misschien wel het allerbelangrijkste. Hij heeft 50 jaar lang sterren gefotografeerd. Sterren komen en gaan, het tijdsbeeld veranderd ondertussen en juist dat heeft hij zo vaak en zo mooi vastgelegd.
Mijn cursisten belichten scherper dan Erwin Olaf
Ik zeg dat mijn gemiddelde cursist scherper schiet dan Erwin Olaf. En met scherper bedoel ik niet letterlijk scherper, want Erwin Olaf werkt met een Hasselblad en mijn cursisten niet. Nee, mijn cursisten schieten scherper qua belichten, scherper op het randje schieten naar de mogelijkheden van onze toch nog beperkte spiegelreflex camera’s. Ik leer ze om eruit te halen wat erin zit. En dat doen ze beter dan dat Erwin Olaf zijn foto’s belicht met zijn Hasselblad. Zo, de stelling is neergezet, maar het blijft niet bij een stelling, ik ga het ook bewijzen en uitleggen. De stelling gaat dus een bewering worden in het navolgende stuk. Leuk!
In het jubileum nummer van Focus was Erwin Olaf aangetrokken als gast redacteur. Dat moeten ze vaker doen want inhoudelijk was het de beste Focus magazine aller tijden. Voor zover ik ze allemaal gelezen heb. Voor 1964 ken ik ze niet. Ik bewonder de fotografie van Erwin Olaf met grote mate en zeker zijn durf vanuit het verleden om mensen zeker niet op de meest flatteuze wijze te portretteren. Shockeren is een lange tijd een doel geweest. Nu Erwin wat ouder wordt gaan de scherpe randjes er ook bij hem wat af en ik denk dat hij nu pas zijn mooiste werk gaat maken, ik verwacht dat zijn mooiste werk gaat nog moet komen. Eenvoudiger, minder photoshoppen en met minder flitsers werken. Ik denk dat hij terug gaat zo langzamerhand naar de basis.
De basis die bij mijn cursisten zo vaak pico bello in orde is. En gek genoeg bij Erwin Olaf niet. Hij schiet niet met scherp. Er zit wel een gedachte achter waarom hij niet scherp belicht.
In het jubileum nummer van Focus stonden twee vermeldenswaardige foto’s van Erwin Olaf. Eentje zoals die werkelijk gefotografeerd is, en eentje na bewerking met Photoshop. En dat is een wereld van verschil.

Hierboven zie je de onbewerkte foto. De sfeer zit er al duidelijk in, maar de foto is zeker nog niet af. De hoge lichten zitten er keurig in (de lampen), maar die hadden nog wel lichter geschoten kunnen worden. Daar zijn het namelijk lampen voor. Die mogen uitbijten en dat doen ze nog niet echt. Net zoals het chroom op de achterkant van de wegrijdende Volvo. Het is safe en veilig belicht. De oplossing had kunnen zien anders belichten of de flitsers harder laten flitsen op de plekken de nu nog te donker zijn.
Echt zwart zit er ook nog niet in de foto. En daarom zeg ik wederom dat de foto aan de veilige kant belicht is . De gedachte die er bij Erwin Olaf achter zit is dat dit allemaal in de nabewerking nog wel gecorrigeerd en verbeterd wordt.
Let op de man links in beeld ( Paul de Leeuw) zijn gezicht is nauwelijks herkenbaar in het origineel. Vergelijk je dit met de bewerkte foto hieronder dan zie je meteen wat het effect van Photoshop is. Er is nogal wat aan verbeterd en opgelicht. Dit had ook tijdens de opname al gekund. Gewoon er meer licht opzetten of de flitser die al op Paul de Leeuw gericht stond harder laten flitsen.
Hetzelfde geldt voor Georgina die de trap komt aflopen en Waldemar die op de grond zit. Het is veilig belicht. Met in het achterhoofd dat Photoshop straks de rest doet. En dat is jammer. Het kan echt strakker en beter verlicht en belicht worden.
Contrasten zijn duidelijk omhoog gegaan in de nabewerking. Daar valt overigens wel wat voor te zeggen, daar we allemaal bijna altijd last hebben van te hoge contrasten tijdens fotograferen. Ik snap het en Erwin Olaf heel duidelijk ook. Hij weet heus wel waar hij mee bezig is hoor. Ik zou niet durven te beweren dat het niet zo is.

Toch ga ik met mijn cursisten veel meer tot het gaatje van wat mogelijk is met een camera. Met een spiegelreflex met kleinere pixels is dit moeilijker dan met een Hasselblad die veel meer en beter licht kan opvangen en vastleggen. Als ik een bovenstaande foto zou maken met een ver gevorderde cursist dan zouden we dit uit onze camera weten te toveren na een dag hard werken. Zonder dat er nabewerking aan te pas hoeft te komen. Dan heb ik het even niet over de herfstblaadjes en regen die erin gemonteerd zijn. Ik heb geen idee hoe dat moet. En ik wil het ook niet weten. Maar geef me een goede cursist en een dag tijd en we schieten dit ook en beter belicht. Dan wordt een blauwe muur en trap niet meer opeens een groenachtige muur en trap. Want we hadden onze witbalans al immers heel secuur uitgewerkt en gemeten en beoordeeld.
Dus tijdens de opname is dit allemaal al voor elkaar gebracht. Bij Erwin Olaf wordt er gemiddeld nog een dag gewerkt met Photoshop om de foto te vervolmaken.
Ik leer iedere cursist dit al tijdens de opname te doen. Haal eruit wat erin zit, zeg ik iedere keer weer. Speel met je belichting, speel met je witbalans, speel met je contrasten en kleurverzadiging. Niet makkelijk, maar uiteindelijk beheers je het wel en belicht je je foto beter of scherper of strakker, het is maar net hoe je dit wil benoemen, dan Erwin Olaf.
Is dit een column Erwin Olaf afzeiken? Nee zeker niet! Ik heb Erwin zeer hoog zitten. Een vakman. Ingenieus, iets teveel leunend op zijn nabewerking, dat wel, maar hij is een legendarisch goede Nederlandse fotograaf. Dat wil ik ook wel even gezegd hebben. Maar ik ben wel zo eigenwijs om te beweren dat Erwin nog beter zou kunnen. „Hey en wie is Patrick Mollema dan wel die dat zomaar beweerd?”
Het zijn de details die er toe doen. Het verhaal over beter en minder velig belichten heb ik al uitgelegd. Maar ook qua licht gaat er het een en ander fout. Kijk naar de dame achter de kassa. Er hangen voor haar neus 5 bolletjes met licht. Die stralen echter niet uit op haar gezicht. Dat is vreemd. Dat kan niet, dat is niet natuurlijk. Als die lampen branden dan moeten ze op zo’n kleine afstand ook licht op haar gezicht laten vallen. Dat gebeurd niet. Wat er wel zichtbaar is, is een licht die van onder de kassa komt. Fout! Licht kan niet van onderen komen. Licht kan nooit uit de grond komen. En als je licht van onderen laat komen dan doe je dat omdat je iemand heel lelijk wilt fotograferen. Ook dat verband zie ik niet in deze foto. Het meest logische zou zijn dan dat er licht in haar kassahokje boven haar brandt. Dat is er niet. Of eigenlijk is het er wel, maar het aanwezige licht doet niets op haar gezicht. Dit is dus moeilijk doen met licht om het moeilijk doen en bovenal het kan niet wat hier gebeurd. Hier gaat het licht technisch gezien dus behoorlijk fout. Je ziet het, ook toppers maken fouten.
Wel vind ik het van grote klasse getuigen dat Erwin Olaf een origineel en een bewerkte foto in een foto magazine laat plaatsen. Er is geen enkele andere fotograaf die hem dit nadoet. Daar moet je ballen voor hebben omdat te durven. Hij laat je wel gewoon even zijn trucendoos zien. Dat is echt bijzonder te noemen. Het getuigt van heel veel zelfvertrouwen. Dit is lef hebben! Want je krijgt nu wel dit. Dat ik ga schrijven dat mijn cursisten scherper belichten.
En nu zou ik nog wel eens willen zien dat Erwin Olaf met zijn Hasselblad tot het gaatje durft te gaan qua belichten. Iedere gemiddelde cursist van mij kan het dus dan moet Erwin het ook kunnen. En hierbij heb ik denk ik mijn bewering ook wel bewezen dat mijn cursisten scherper belichten dan Erwin Olaf.
P.S.: Kijk eens hoe goed alle lange kanten van de gezichten de schaduwkanten zijn. Goed hè? En dat met vier mensen in een foto. Daar is echt wel goed over nagedacht.
En de foto’s zijn gescand zoals ze in het Focus magazine geplaatst zijn. Dus zonder nabewerking. En de copyright ligt uiteraard geheel bij Erwin Olaf.
Voor je eigen licht gaan staan

Bovenstaande foto is gemaakt door Erwin Olaf. Het copyright gedeelte is hierbij dus ook geregeld. Deze foto laat ik zien omdat ik weet dat sommige cursisten van mij o.a. Rosita en Joyce thuis in de studio een hele grote softbox hebben staan. Bij mijn laatste bezoekje aan hun studio werd de softbox van ongeveer 2 meter groot nog niet helemaal optimaal gebruikt. Vandaar deze extra instructie middels deze blog. Speciaal voor de twee dames, maar een ieder ander kan en mag er ook van leren. wat ik ga beschrijven is een trucje, meer is het niet. En de hele fotografie bestaat uit trucjes.
Ooit heb ik jullie allemaal geleerd wat A licht is, wat B licht is en wat C licht is. In de bovenstaande foto zie je overduidelijk een A licht. Niet het mooiste licht, wel het makkelijkste licht. Toch is fotograferen met een A licht vaak nog lastig. Het statief van de lamp staat vaak ik de weg en de elektriciteit snoeren bungelen ook vaak hinderlijk voor je lens. Dan moet je er lastig omheen gaan fotograferen waardoor je licht net niet meer echt A licht is. Je filitser/lamp staat dan niet meer recht op de neus van het model te schijnen. Een echt A licht fotograferen valt niet mee. Voor alle problemen zijn er echter oplossingen.
Eén daarvan zou kunnen zijn om je flitser aan het plafond op te hangen. Middels een speciaal systeem, maar wie heeft dit van mijn cursisten? Niemand. Je kunt ook een hele grote softbox kopen van 1,8 meter groot of groter en ervoor gaan staan. Ervoor gaan staan? Ja dat kan. Hier doet Erwin Olaf het ook. Je gaat er gewoon voor staan en voila je hebt echt A licht. Je licht kun je niet rechter voor je model krijgen dan dit. En dan ook nog eens heel erg zacht. Want de softbox of Octabox ) een octabox is een achthoekige softbox) is zo groot ten opzichte van het model zodat je hiermee het zachtst mogelijke licht krijgt wat je maar kunt bereiken. Hier in het voorbeeld van Erwin Olaf is dat een beetje teniet gedaan volgens mij door latere Photoshop bewerkingen. Het licht had nog zachter kunnen zijn.
Als je voor je eigen licht gaat staan betekent dat wel dat je jezelf terug gaat zien in de ogen van het model. Trek dus niet al te lichte kleding aan. Zo simpel kan fotografie wederom zijn. Eén flitser recht van voren, zo dichtbij mogelijk om heel erg zacht licht te verkrijgen, zelf ervoor gaan staan, de juiste belichting opzoeken en klaar is Kees. Veel simpeler met eenvoudige middelen kan het niet. En ja, je verliest een heel klein beetje licht opbrengst omdat je wat licht tegenhoudt doordat je er zelf voor staat. Dat maakt niet uit. Dat compenseer je gewoon door iets harder te flitsen of je diafragma 1/3 open te draaien. Voor de rest weet je het allemaal wel als een cursus bij mij gevolgd hebt.
En nu maar sparen voor een hele grote softbox of octabox. Ze zijn duur, helaas. Want nog éénmaal de herhaling. Hoe dichterbij je licht bij het onderwerp staat, des te zachter het licht is. Of hoe groter de lamp/flits oppervlak des te zachter het licht is. Doe je het allebei dan krijg je heel erg zacht licht. Dus deze octabox staat heel erg hoog op mijn verlanglijst voor het moment dat de nieuwe studio hier in Pébru klaar is. Want je hebt er wel ruimte voor nodig. Veel ruimte.
Een Vanfleteren binnen een minuut
Het mooie van vrienden hebben en zijn is dat je je voor elkaar interesseert. Gisteren avond gingen de gesprekken veelal over fotografie. En zo kwam mijn laatste „Patrick kijkt” ter sprake „Stefan Vanfleteren bekeken”. Inge ( de vriendin) fotografeert dan wel niet zoveel, maar ze weet wel wat ze mooi en niet mooi vindt. Dus mijn vraag aan haar was:” Vind je dat ik dit zo kan schrijven. Of vind je dat het stuk over Vanfleteren te negatief is geschreven?”
Mijn andere vraag was naar aanleiding van wederom een reactie van Andre die een beetje onthutst was na mijn uitleg over Vanfleterens werk. „Wat moet ik dan tegen Andre zeggen? Hij wil het zo graag, dan moet ik toch een eerlijk antwoord geven? Ik kan toch niet doen alsof het een cursus waard is om dan aan hem te laten zien als hij al hier is voor de cursus, dat het slechts een paar simpele fotosjop trucjes zijn?”
Inge zei tegen mij: „ Nee je moet gewoon eerlijk zijn, dat is het beste”. Omdat ik toch nog het gevoel had dat ik haar ook moest overtuigen, ik weet niet waarom, zei ik:” Ik zal het je laten zien wat ik bedoel en hoe het gedaan wordt. Ondanks dat ik nog nooit heb geprobeerd een Vanfleteren na te doen of na te maken en absoluut geen fotosjop held ben. Eerder het tegenovergestelde. En zo sprak ik de overmoedige woorden uit: „ Kijk ik zal je laten zien hoe ik in een minuut een Vanfleteren kan imiteren. Oeps, als ik dat maar kan waarmaken: dacht ik nog”.
Aperture stond nog open, we hadden al wat foto’s zitten bekijken. Toevallig stond mijn archief open op een foto van Babs, die ik heel even nodig had gehad om te testen of mijn witbalans wel goed was voordat ik ging beginnen met het maken van portretten van een Engelse dame. Er is dus maar 1 foto van.

In de tweede rij van onderen zie je de foto van Babs waarmee ik aan de slag ben gegaan. Om het Inge duidelijk te maken heb ik de kleurenfoto als eerste omgezet naar zwart wit. Hierbij heb ik niet moeilijk gedaan maar gewoon een preset gebruikt in Aperture. Ik heb gekozen voor de zwart wit preset met rood filter. Door het rood filter worden huidtinten lichter en dat vind ik mooier. Achteraf bleek dit de verkeerde keuze te zijn. Een klein detailfoutje. Want Vanfleteren laat de huidtinten niet lichter worden over het algemeen. Nou ja jammer dan.

Wat opvalt in de foto’s van Vanfleteren zijn de hoge contrasten. Dus hoppakkee, even wat contrast erin draaien. Weer 2 seconden werk.

De foto ziet er nu als volgt uit:
Nu ga ik de onscherpte erin brengen die zo kenmerkend is voor Stefan Vanfleterens werk. De onscherpte die met de Nikon DC lens gedaan zou kunnen zijn, maar waarvan ik denk dat het niet zo gedaan is. Zeker weten doe ik het niet. Omdat ik zoals ik in mijn eerdere Patrick kijkt blog vertelde dat ik niet weet welke apparatuur gebruikt. Dus dan doen we het maar met fotosjop. In dit geval doe ik het in Aperture. Daar zit ook een tool in waarmee je plaatselijk onscherpte kunt aanbrengen. Als een soort schilder ga je met deze tool te werk. 30 seconden werk.

De foto ziet er als volgt uit na het toevoegen van blur:

Vervolgens poets ik in het gezicht nog wat extra contrast erin. Ik heb nog even goed naar de foto van Vanflieteren gekeken en zie dat de contrasten in de huidtinten ook erg hoog zijn. Dus die voeg ik bij Babs ook maar even toe. Niet dat ze hier blij van zal worden, maar daar gaat het even niet om. De vergelijking is overigens gemaakt met de foto van Eddy Merkx. De foto van Babs is nooit met de bedoeling gemaakt om er een Vanfleteren van te maken. Maar zoals je zult en kunt zien, het is allemaal mogelijk. Hier komt dan het eind resultaat. 5 seconden werk.

Dit was in totaal minder dan een minuut werk met fotosjop, in mijn geval Aperture. Een programma wat er eigenlijk niet echt voor gemaakt is. 
Zie je verschillen? Ja natuurlijk zie je verschillen. Man-vrouw zijn is een verschil. De leeftijd is een verschil. En gelukkig zijn er grote verschillen in de huidstructuur. Gelukkig maar, want als Babs een huid had gehad als die van Eddy dan moet er hoog nodig gesmeerd gaan worden. Het eindresultaat is erg gelijkend, maar niet precies gelijk. Ik ga ervan uit dat Stefan Vanfleteren zijn beste belichting heeft gekozen om tot dit mooie eindresultaat van Eddy Merkx te komen. Ik heb gewoon een foto, de eerste de beste die ik tegenkwam uit mijn archief opgevist om er een Vanfleteren van te maken. Het is nooit mijn doelstelling geweest tijdens het maken van die ene foto van Babs. Dan had ik de foto anders gemaakt. De gebruikte foto is alleen maar gemaakt om even belichting en witbalans nog een keer te controleren. Als ik dus had geweten dat ik ooit een namaak Vanfleteren ervan had willen maken dan had ik ervoor gezorgd dat de huidtinten wat donkerde zouden zijn gebleven. Dan had ik nog meer contrast in de huid kunnen aanbrengen.
Dus wat zijn we nu wijzer geworden? Onder andere dat ik nog steeds de foto’s van Vanfleteren mooi vind. Zeker weten! Maar dat meeste mensen zich verkijken op fotografie. Veel foto’s zijn niet wat ze lijken te zijn. Het is niet mijn bedoeling Stefan Vanfleteren af te zeiken. Oh, nee! Maar wel om te laten zien hoe iets tot stand gekomen is. En dat het helaas voor de cursist Andre, maar ook voor mij, dat het veel minder met fotografie te maken heeft dan je na een eerste blik zou denken.
Je schiet gewoon een redelijke basisfoto en daarna begin je pas met het echte werk. En ja, dat gaat redelijk tegen mijn visie op fotografie in. Ik vind dat een foto zoveel mogelijk rechtstreeks uit de camera moet komen rollen.
En ik ben hierbij een dief van mijn eigen portemonnaie. Want Andre kan ik nu niet tijdens de komende cursus gaan leren hoe je een Vanfleteren foto moet maken. Dat scheelt mij 550 euro. Nou ja, we gaan wel wat anders doen Andre! Want jij bent net als ik ook een man die graag de problemen te lijf gaat met zijn camera. En dat gaat niet met deze voorbeelden. Dus hierbij eindelijk eens een gratis les van mij. Ja sorry, ik moet eerlijk zijn en blijven. Ik kan jou gewoon niet hierheen laten komen met verkeerde ideeën en verwachtingen. En dan je hier erachter laten komen dat het heel anders blijkt te zitten en erg makkelijk tot stand gebracht kan worden. Dan maar eerlijk zijn en mijzelf geld door de neus heen boren, maar eerlijkheid duurt het langst. Nou ja, lekkere les dan. Ik 550 euro armer en jullie een illusie. En dat allemaal binnen een minuut.
Stefan Vanfleteren bekeken

Inspiratie opdoen is regelmatig een probleem voor cursisten. Daarom heb ik besloten om eens wat fotografen te gaan bespreken hier in Patrick Kijkt. Allicht dat het jullie op ideeën brengt en/of inspiratie geeft. Het zullen niet alleen maar fotografen zijn die ik bewonder. Ik pak gewoon degenen eruit waarvan ik denk dat je er wat van kunt leren. Goed en slecht.
Ik geef mijn blik en visie op de fotograaf. Ik zeg niet dat ik gelijk heb, maar wel vaak. Alsof het belangrijk is. Maar ik kan wel aardig zien wat, hoe, waar en waarom. Dus ik ga proberen de fotografie van de “ Meesters” uit te leggen. Ook handig voor de studenten van diverse fotografie opleidingen. Ze moeten vaak een fotograaf nadoen en tot de essentie van hun werk zien te komen. Scheelt je een hoop uitzoek werk. Het is als een soort uittreksel van een boek, maar nu van een fotograaf.
Daarnaast was er ook een vraag van een cursist die de komende zomer graag het werk van VanFleteren zou willen namaken tijdens een Meester klas cursus.. Hier komt je uitgebreide antwoord Andre. Je was enigszins ontgoocheld na mijn mail. Nu het gehele antwoord. Het zal meer een cursus Photoshoppen worden dan fotograferen.
Persoonlijk mag ik graag naar het werk van Stefan vanFleteren mag kijken. Het is mooi, het is integer en de Belgische fotograaf weet goed de mens centraal te zetten. Het zijn veelal verstilde portretten. En vaak wordt de geportretteerde keihard neer gezet. Iedere rimpel en onvolkomenheid wordt genadeloos weer gegeven door Vanfleteren. Ik persoonlijk zou dat niet zo doen. Voor mij is een portret maken iemands schoonste kant laten zien. Voor Vanfleteren is dat anders.
Dat Stefan vanFleteren een echte portretfotograaf is bewijst hij door het volgende. Al zijn modellen zijn vaak bezig met een handeling. De een is koffie aan het drinken, de ander gaat koffie drinken, een andere man rookt een sigaartje en ga zo maar door. Niet alle portretten laten een handeling zien, maar wel veel. Dit bewijst onder andere dat Stefan weet wat hij aan het doen is. Als je model niet echt lekker zit te poseren dan besluit je op een gegeven moment je model een handeling te laten verrichten.
Het doel ervan is om je model minder te laten poseren en meer zich zelf te kunnen laten zijn. Door de handeling van bijvoorbeeld koffie drinken zou de foto makkelijker gemaakt moeten kunnen worden. Iedereen weet hoe hij/zij koffie moet drinken. Dus dat gaat vanzelf. Daar hoef je niet voor te poseren. En dat nu zijn de kleine trucjes van een portret fotograaf.
Veel bekende fotografen zijn vooral bekend omdat ze “groot” zijn geworden met het portretteren van bekende mensen. Dat scoort namelijk een stuk makkelijker. Bekende mensen doen het altijd goed en hebben vaak ook mooie of markante hoofden. Je scoort met bekende mensen gewoon een stuk makkelijker. Stefan heeft ook veel bekende mensen gefotografeerd. Maar niet alleen bekende mensen.
Kijk ook eens naar zijn werk over de sociale armoede in Belgie. Of de fotoserie gemaakt in Afghanistan of Colombia, Kosovo of andere plekken waar er veel sociale misstanden zijn. En dat maakt Stefan Vanfleteren toch een stuk beter dan vele andere beroemde fotografen. Er is duidelijk een tweedeling in zijn werk.
Ik ken hem niet persoonlijk, maar ik hou het er toch op dat hij met bekende mensen portretteren zijn brood verdiend en met sociale fotografie zijn passie uitoefent. Hij wil dingen die er gebeuren in de wereld laten zien. En daar heb je nu eenmaal een beetje financieel vrijheid voor nodig. Dus ik snap het prima. Kortom, ik vind zijn werk van grote klasse en vaak erg mooi.
Terug komende op de vraag van de cursist is mijn antwoord naar hem echter wel een beetje ontnuchterend. Als je goed naar het fotowerk van Stefan kijkt valt het wel mee wat hij doet. Het is basic en simpel. Daar hou ik van. Veel van zijn foto’s zijn hele normale belichtingen en achteraf zijn vooral de hoeken van de foto’s donkerder gemaakt. En dat is jammer. Althans dat vind ik. Zoveel portretfotografen maken gebruik van dit trucje. Het lijkt wel of iedereen naar iedereen kijkt en allemaal elkaar nadoen. Ik persoonlijk word er kriegelig van. Portretfotografen maken van zichzelf eenheidsworsten.
Het gekke is dat niemand weet te vertellen waarmee Stefan Vanfleteren zijn foto’s maakt. Is het digitaal of is het nog met film? Ik heb gezocht en gegoogeld, maar nergens heb ik een antwoord op mijn vraag kunnen vinden. Er zijn wel mensen die iets vermoedend of denken te weten, maar niemand die het zeker weet. Dus ik benader zijn foto’s als een mix tussen film en digitaal in. In de doka kun je dezelfde dingen als met Photoshop doen en vice versa.
Door de hoeken in zijn foto’s donkerder te maken(in Photoshop) legt Vanfleteren automatisch meer de aandacht op het model. Het is een manier, maar er zijn er meerdere om dit te bereiken. Je kan namelijk ook een heel slecht objectief kopen, of beter met je kunstlicht werken. En volgens mij werkt Vanfleteren voornamelijk met bestaand daglicht. Dus de optie van kunstlicht is uitgesloten.

Haal je denkbeeldig de donkere hoeken weg uit zijn foto’s dan zie je ineens de kale opname. En daar is eigenlijk niets bijzonders aan te zien. Bovenstaande foto is standaard fotografie eerste jaar MTS fotografie, een nu niet meer bestaande opleiding. Er blijft niet veel meer over dan een vlakke foto waar weinig sfeer inzit. Dat moet er nog in aangebracht worden. Je kunt dit goed zien in foto’s waar een egale achtergrond is. Behang aan de muur wat ineens zwart of donker wordt. Dat kan niet en komt dus uit de nabewerking. Photoshop of uit de doka het is om het even. Beiden kunnen. Maar wat mij opvalt is dat het in geen enkele foto niet toegepast is. Het is dus een belangrijk onderdeel van zijn stijl. Of dit nu fotografisch is of door middel van nabewerking. Dat is niet zo belangrijk. Hij gebruikt, ik noem het vignetering als een stijl. Ik hou er niet van.
Maar het lijkt te werken, er is ten slotte niet voor niets een cursist van mij die dat graag ook wil leren. Dus hij vindt het mooi. Dat wordt dus een cursus Photo shoppen, min of meer. En daar had hij niet op gerekend. Ja sorry Andre! Ik kan het je leren, maar het is minder pure fotografie dan je gedacht had. Er is heeft echt veel nabewerking plaats gevonden. Deze foto’s krijg je nooit rechtstreeks uit je camera. En dat was toch je bedoeling. Ja joh, tijden veranderen.
Het tweede kenmerkende van zijn werk is de hardheid van de foto’s. Hoge contrasten en gebruik maken van zwarten die dichtlopen. Daarnaast fotografeert hij met hoge scherpte.
Volgende tip is: koop een Nikon en een 135 mm DC objectief. DC staat voor defocus. Het ontfocussen (onscherper maken) van de afbeelding. Wat betekent dit? Dat je met een tweede ring die op het objectief zit je achtergrond scherper of onscherper kunt maken. Dit is naast je normale diafragma instelling. Dus met je gewone diafragma kiest Stefan bijvoorbeeld voor F/2. Hij kiest dus voor een minimale scherptediepte. En die maakt hij nog minder door vervolgens aan de defocus ring te draaien. Waardoor de onscherpte in zijn geval nog onscherper wordt. Dit effect kun je met geen enkel ander objectief bereiken.
Voor zover ik weet heeft allen Nikon een DC objectief. Verder geen enkel ander merk. Dus Stefan moet een aantal foto’s wel met een Nikon en een 135 mm DC objectief gemaakt hebben. Maar volgens mij fotografeert hij daar helemaal niet mee. Dus dat zou betekenen dat alles uit de doka of uit Photoshop komt. En dank komt voor mij een point of no. return in zicht. Ik hoop dat optie 1 is gebruikt met de DC lens van Nikon. Zo niet, dan zijn het wel heel erg gemanipuleerde beelden. Waarbij Photoshop de overhand heeft op de fotografie. En dat is niet mijn ding. Dan ben je geen fotograaf maar een beeldmanipulator. Zover wil ik echter niet gaan. Ik denk dat Stefan Vanfleteren zijn foto’s aardig onder controle heeft.

Wat mij wel opvalt is dat er meer mensen zijn die “klagen” over de manipulatie van zijn foto’s. Bij enkele recente exposities zijn de foto’s zo groot geprint dat de beeldmanipulaties duidelijk zichtbaar worden. Ik heb ze niet gezien dus ga ik niet oordelen.
Met dank aan mijn cursist Andre ben ik nog eens heel goed gaan kijken naar al het werk van Vanfleteren. En hoe langer ik er naar kijk hoe meer ik moet denken aan mijn stage periode bij Neroc Koningsveld. Een grafisch bedrijf te Amsterdam.
Daar kwam het ruwe beeldmateriaal binnen van door mij bewonderde fotografen. Zo goed wilde ik ook ooit worden. Maar helaas, zag ik bij Neroc het ruwe materiaal van de betreffende personen binnenkomen. Dus voor nabewerking. Het was alsof mijn wereld in elkaar stortte. Zo simpel was het werk van de door mij bewonderde fotografen, zo lelijk bijna dat het pijn deed aan mijn ogen.Het gefinishte werk kon mij echter totaal niet meer boeien omdat ik het basis materiaal had gezien. Met alle fouten en slechte dingen er nog in. En van die schrik ben ik tot op de dag van vandaag niet meer bekomen.
En dit verhaaltje brengt me dichter en dichter bij de beoordeling van het werk van Stefan Vanfleteren. Het zijn eenvoudige foto’s knap verwerkt in de doka of met Photoshop. Ik wil nu dan ook niet meer spreken over foto’s maar van beelden. De beelden zijn vaak heel erg mooi! Maar is het nog fotografie?Jawel, maar wel met een flinke berg nabewerking.